Gebruikershulpmiddelen

Blijkbaar of schijnbaar?

Blijkbaar gebruik je wanneer iets daadwerkelijk blijkt te zijn zoals het is.

Het is werkelijkheid. In dat geval kun je ook het woord klaarblijkelijk gebruiken.

  • Ik moet de autoramen krabben. Blijkbaar vriest het.
Schijnbaar gebruik je indien slechts de schijn er is dat het zo is.

Het is dus niet echt zo. Voorbeelden.

  • Jan heeft zich alweer ziek gemeld. Hij heeft schijnbaar geen zin om naar zijn werk te gaan.

This website uses cookies. By using the website, you agree with storing cookies on your computer. Also, you acknowledge that you have read and understand our Privacy Policy. If you do not agree, please leave the website.

More information