Gebruikershulpmiddelen

Nevenschikkende voegwoord

verbindt gelijkwaardige elementen met elkaar (twee woorden, twee woordgroepen, twee bijzinnen of twee hoofdzinnen)

  • Jan ging met de trein en Ria pakte de auto. (hoofdzinnen)
  • Hitte en ontberingen maakten het tot een zware opgave (woorden)
  • Hij is een goede echtgenoot en een toegewijde vader (woordgroepen)
  • Ik beloof dat ik morgen naar huis kom en dat ik dan begin (twee bijzinnen)

Onderschikkende voegwoord

  1. verbindt een hoofdzin met een bijzin
  2. staat steeds aan het begin van een bijzin
  • Ik zeg dat ik morgen thuiskom.
  • Als hij dat wil, kan hij komen.

This website uses cookies. By using the website, you agree with storing cookies on your computer. Also, you acknowledge that you have read and understand our Privacy Policy. If you do not agree, please leave the website.

More information