Inhoud

Stijlfiguren

Er wordt afgeweken van het gewone taalgebruik om datgene wat je wilt zeggen, treffender, gevoeliger, sterker, of sierlijker uit te drukken.

Stijl uitleg en voorbeelden

Stijlfiguren

Anticipatie

Normaal gesproken is de volgorde van de zinsdelen in een zin: onderwerp, persoonsvorm, andere zinsdelen. Wanneer je een andere woordvolgorde kiest en het woord voorop zet dat de nadruk moet hebben spreek je van een prolepis. Bij anticipatie is dit juist omgekeerd. Je bouwt als het ware een soort spanning op.

Antithese

Een antithese is een tegenstelling. Je combineert twee zaken met tegengestelde eigenschappen met elkaar.

Climax

Een reeks woorden die in betekenis steeds sterker worden. kloppen, bonzen, beuken bibberen, beven, sidderen

Cynisme

Wrede gevoelloze spot. Cynische opmerkingen maak je vaak uit frustatie.

Enumeratie

Een enumeratie is een opsomming.

Eufemisme

Het op een verzachtende manier / nette manier onder woorden brengen van iets dat heel naar of onsmakelijk is.

Hyperbool

Iets erger maken dan het is, iets op een overdreven manier uitdrukken (overdrijving)

Voorbeelden:

Inversie

Wanneer je in een zin een ander zinsdeel dan het onderwerp voorop plaatst. Het voorop geplaatste zinsdeel krijgt meer nadruk. Morgen kom ik de CD bij je lenen. (i.p.v. Ik kom morgen een CD bij je lenen.)

Ironie

Een milde vorm van spot. Een ironische opmerking is nooit kwetsend, dan spreek je van sarcasme. Vaak bedoelt de spreker het tegenovergestelde van wat hij zegt.

Litotes

Een begrip nadrukkelijk bevestigen door het tegenovergestelde te ontkennen.

Voorbeelden:

Paradox

Een paradox is een schijnbare tegenstelling. In eerste instantie lijkt het alsof de bewering niet klopt, als je er even over nadenkt, zie je de waarheid ervan in.

Voorbeelden

Pleonasme

Je zegt twee keer ongeveer hetzelfde met verschillende woorden en de woorden behoren tot verschillende woordsoorten. Je gebruikt het om een eigenschap van iets te benadrukken.

Prolepsis

Normaal gesproken is de volgorde van de zinsdelen in een zin: onderwerp, persoonsvorm, andere zinsdelen. Wanneer je een andere woordvolgorde kiest en het woord voorop zet dat de nadruk moet hebben spreek je van een prolepsis.

Voorbeelden:

Repetitio

Je herhaalt letterlijk hetzelfde woord om er aandacht op te vestigen.

Voorbeelden:

Retorische vraag

Een vraag die eigenlijk een mededeling is. Je kunt geen antwoord op de vraag geven, omdat het antwoord al in de vraag opgesloten ligt.

Sarcasme

(van het Griekse sarkazein = het vlees er af halen)

Bijtende spot, die (anders dan ironie) niet vriendelijk bedoeld is, maar juist bedoeld om iemand naar beneden te halen.

Tautologie

Je herhaalt twee keer dezelfde woordsoort.

Understatement

Gebruik je om ernstige (of grote) zaken als minder ernstig (of minder groot) voor te stellen.

Woordspeling

Je speelt met de dubbele betekenis van een woord, met de letterlijke en de figuurlijke betekenis.

Muizen drinken nooit alcohol, omdat ze bang zijn voor een kater.

Homoniemen

Woorden die er toevallig hetzelfde uitzien, maar een verschillende betekenis hebben.

blik → hij had een vreemde blik in zijn ogen blik → in dat blik zit rattengif

Synoniemen

Woorden die er verschillend uitzien, maar ongeveer hetzelfde betekenen.

toelichten = uitleggen