We schrijven de tussenklank als -en als het linkerdeel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat een meervoud heeft op -en, maar geen meervoud op -es.
In andere gevallen schrijven we -e.
nee
schrijf -e- rodekool, knarsetanden
ja
nee
schrijf -e- gerstenat, aspergesoep
ja
ja
schrijf -e- weidevogel
nee
schrijf -en- perensap, lerarenopleiding, linzensoep
Volgens de hoofdregel schrijven we de tussenklank alleen als -en- als het linkerdeel een zelfstandig naamwoord is. Dus niet als het eerste deel de stam van een werkwoord is, ook al lijkt die op een zelfstandig naamwoord.