CLASSICISME EN VERLICHTING (±1670 - ±1770)

Algemeen

Rond 1670 loopt onze Gouden Eeuw, ook in literair opzicht, ten einde. In die tijd ontstaan er zgn. dichtgenootschappen (te vergelijken met de rederijkerskamers), waarvan het Amsterdamse dichtgenootschap (anno (= uit het jaar) 1669) “Nil volentibus arduum” (= niets is moeilijk voor hen die willen) het belangrijkste is.

De leden van zo'n genootschap gaan ervan uit dat de dichtkunst, of ruimer gezien: het scheppen van literaire werken, te leren is als men enige aanleg heeft. Men dient dan 'slechts' de vorm van het werk zo perfect mogelijk te maken. Men ontwerpt hiervoor allerlei regels en voorschriften, geïnspireerd door klassieke en Franse auteurs, waar de schrijvers zich streng aan dienen te houden bij het maken van hun werken. Wederzijdse hulp en controle is tamelijk gebruikelijk.

In de 18de eeuw neemt voorts de drang naar kennis omtrent de mens en de natuur (waarmee bedoeld wordt de waarneembare werkelijkheid) toe. Het menselijk verstand (de ratio) ziet men vol optimisme als iets wat de waarheid zou moeten kunnen vinden (rationalisme). Tegelijk ontstaat de behoefte om de samenleving, het volk, dat vaak nog in onwetendheid leeft, te beschaven en bewust te maken van de realiteit. Men poogt dit op gebieden als politiek, godsdienst en opvoeding.

Algemene kenmerken van het rationalisme:

Algemene kenmerken van het classicisme:

Veel auteurs zijn verenigd in dichtgenootschappen.

Algemene kenmerken van de verlichting:

Bekende auteurs:

1. Pieter Langendijk (ca. 1725) is vooral in de herinnering gebleven door zijn blijspelen en kluchten waarin hij zich grotendeels hield aan de vormvoor-schriften van het classicisme. Zijn stukken worden ook nu nog opgevoerd.

Enkele voorbeelden:

Don Quichot op de bruiloft van Kamacho, bevattende verwikkelingen rond de beroemde Don Quichot van de Spaanse auteur Cervantes en rond een liefdesgeschiedenis.

De wiskunstenaars, over wetenschappers die ruziën over de vraag of de zon om de aarde draait, of andersom, en ook over een liefdesaffaire.

Het wederzijds huwelijksbedrog, wederom een romance, waarbij de partners elkaar bedriegen door zich veel rijker voor te doen dan ze zijn.

2. Justus van Effen (ca. 1725), oprichter en redacteur van het tijdschrift De Hollandse Spectator. Een spectator is een waarnemer, een toeschouwer, een beschouwer. In elke aflevering van dat tijdschrift stond een brief over een bepaald onderwerp. De lezers konden hiervan steeds iets leren. Daarmee paste de opzet goed bij de ideeën van de verlichting.

Vb.:Kobus en Agnietje, ook wel Burgervrijage geheten; gaat over een zich moeizaam ontwikkelende romance, waarbij rang en stand tenslotte niet belangrijk blijken.