Inhoud

Poezie

In dit stukje probeer ik aan jullie een aantal dingen door te geven die handig/ belangrijk zijn als je nog nooit met poëzie bent bezig geweest. Je hoeft ze niet uit je hoofd te leren.

Als eerste kennismaking nemen we een kort gedicht met een duidelijke boodschap.

In dit gedicht
Is geen woord
Te veel
Neem je er iets af
Dan is het niet meer heel.

Waaraan herken je poëzie?

  1. De regels lopen niet door tot het einde van de bladzijde.
  2. Het is verdeeld in coupletten.
  3. Er is sprake van herhaling, van klank en ritme
  4. Beeldspraak; twee zaken die iets met elkaar te maken hebben worden naast elkaar gezet. ( je ogen zijn als de zee, het schip van de woestijn, het zwarte schaap, enz. )
Vreselijk verliefd
Ik zie je niet, ik voel je wel
Jij speelt met mij een vlooienspel
Springt door mijn kop
Glipt in mijn oor
Wriemelt me zachtjes 
In mijn nek
Hinkt langs mijn rug
Wipt op mijn buik
De kriebels van jou op m’n hele lijf
Maar ik krab me niet, ik wil dat je blijft.

Bij het schrijven van gedichten kan je gebruik maken van allerlei technieken:

Rijm:

in en aan het einde van versregels.(een aantal voorbeelden)

Soorten eindrijm:

Rijm binnen de regels:

Rijmschema

In een gedicht kan een bepaalde regel op een andere regel rijmen. Als je dezelfde klank een letter van het alfabet geeft, krijg je zo het rijmschema van het gedicht.

Metrum

De regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen in een gedicht. ( v = onbeklemtoond, - = onbeklemtoond)

We kennen verschillende metrische vormen:

De eerste twee vormen geven een gedicht of een liedje een soort marsritme, de andere twee een walsritme.

Soorten gedichten:

Rondeel:

een gedicht met twee rijmklanken en bovendien regels (refrein), die in hun geheel worden herhaald. Abba abAB abbaAB, hoofdletters zijn refreinen

Limerick:

gedicht van vijf regels waarbij de eerste, tweede en vijfde regel rijmen en de tweede en vierde. De inhoud is grappig. In de eerste regel wordt meestal een plaats of land genoemd. Het rijmschema is: AABBA

Er was eens een jongen in Loenen Die kocht op een dag nieuwe schoenen Hij liep door een plas Waar modder in was, Toen moest- ie zijn schoenen gaan boenen.

Haiku:

Japans gedichtje van drie regels met zeventien lettergrepen. Het mag niet rijmen. De eerste en derde regel hebben vijf lettergrepen, de tweede zeven. De bedoeling is om iets wat je ziet in een afgerond geheel tot uitdrukking te brengen.

Als hulpvragen kun je gebruiken: Wat zie ik? De oude vijver Hoe ziet het eruit? een kikker springt van de kant Wat gebeurt er? Geluid van water

Boe, boe, boe-oe-oe Dan stapt uit die dikke mist Een koe tevoorschijn

Elfje:

een gedicht van vijf regels. De regels bestaan uit achtereenvolgens een woord, twee woorden, drie woorden, vier woorden en weer een woord. Het laatste woord drukt de hoofdgedachte uit. Het elfje mag rijmen. (vooral het allerlaatste woord op het laatste woord van de vierde regel), maar het hoeft niet.

Mug(Wesp)
Je prikt
Je bent stout
Je bent helemaal geel
Dag
(geschreven door een meisje van 9 jaar, mijn dochter Patricia)	  

Naamdicht of Acrostichon:

gedicht waarbij de eerste letters van de versregels van boven naar beneden gelezen een woord, zinnetje of naam vormen. Een bekend voorbeeld is het Wilhelmus

Puntdicht:

een kort gedicht, gemakkelijk te onthouden, waarin een bepaalde gedachte op een kernachtige, dikwijls grappige manier wordt gezegd

Sonnet:

abba: couplet van vier regels noemen we een kwatrijn abba:

cde: couplet van drie regels noemen we een terzine cde.

Beeldgedicht of visuele poëzie:

de betekenis van een woord of gedicht is gedeeltelijk af te leiden uit de vorm ervan. (een liefdesgedicht in de vorm van een hart)

Onrecht
			     rijk
		       arm arm arm 		
		arm arm arm arm arm

Ballade:

een verhalend lied waarin onderwerpen beschreven worden als: liefde, wraak en dood. De ballade is afkomstig uit de Middeleeuwen. Rondtrekkende troubadours en minstrelen zongen ze op kastelen.

Elegie of klaagdicht:

een droevig gedicht naar aanleiding van een trieste gebeurtenis (de ontroering van de dichteer komt naar voren)

Hekeldicht:

een gedicht, waarbij de dichter zijn verontwaardiging weergeeft.