Structuur van de tekst
= Driedelige structuur
=
- Inleiding
- Richten tot lezer
- Middenstuk
- Behandelen van het onderwerp
- Slot
- Richten tot lezer
= Alinea’s
=
- Elke alinea bevat één hoofdgedachte
- Soms is deze letterlijk geformuleerd in een kernzin, die staat meestal
- Vooraan
- Achteraan
- Zo niet, dan moet je hem zelf achterhalen
= Verwijswoorden
=
Woordsoorten
- Verwijswoorden kunnen onder andere:
- Onbepaalde telwoorden, [[ontleden:woordsoorten#Persoonlijk voornaamwoord|Persoonlijke voornaamwoorden]], [[ontleden:woordsoorten#Wederkerend voornaamwoord|wederkerende voornaamwoorden]], etc. zijn.
- Je kan ze makkelijk herkennen doordat je bij elk verwijswoord een vraag kan verzinnen (zoveel, hoeveel? Jullie, wie? Zijn, van wie? Daar, waar? Etc.)
Verwijswoorden kunnen of:
- Vooruitwijzen
- Terugwijzen
= Functies van tekstdelen
=
- Tekstdeel (alinea of groepjes alinea’s)
- [[lezen:functies_van_tekstgedeelte|Functies]] (samenhang van tekstdelen)