= Blijkbaar of schijnbaar?
= == Blijkbaar gebruik je wanneer iets daadwerkelijk blijkt te zijn zoals het is. == Het is werkelijkheid. In dat geval kun je ook het woord klaarblijkelijk gebruiken.- Ik moet de autoramen krabben. Blijkbaar vriest het.
- Jan heeft zich alweer ziek gemeld. Hij heeft schijnbaar geen zin om naar zijn werk te gaan.