« Terug naar overzicht

allerlei_stijlfiguren_kort

Map: stijl

Allerlei stijlfiguren (kort beschreven)

  1. Alliteratie. => zon, zand en zee.
  2. Assonantie. => piep en lief.
  3. Beeldspraak. => een reus van een vent
  4. Climax. => steeds sterkere opsommingen.
  5. Herhaling. => we gaan nu langzaam, langzaam lopen.
  6. Hyperbool. => sterke overdrijving.
  7. Ironie. = milde spot warbij gegeven betekenis tegenovergesteld is aan de bedoelde betekenis.
  8. Sarcasme. => scherpere en sterkere spot dan bij ironie.
  9. Litotes. => iets zeggen door het tegenovergestelde te zeggen.
  10. Metafoor. => melk, de witte motor / een zee van mensen.
  11. Metonymia. => er is weer een van Gogh gestolen.
  12. Paradox. => schijnbaar tegenstrijdige uitspraak.
  13. Parallellisme. => zinnen die op dezelfde manier zijn opgebouwd.
  14. Personificatie. => zaken worden voorgesteld als personen.
  15. Retorische vraag. => vraag waarop het antwoord al zeker is.
  16. Understatement. => omgekeerde van overdrijving
  17. Vergelijking met ‘als’. => zijn ogen glinsterden als de zee.
  18. Vooropplaatsing (Prolepsis). => die fiets, hoe heb je die…
  19. Woordspeling. => eerst de reisboeken, dan de reis boeken.
  20. Zelfcorrectie. => eerst opzettelijk iets anders zeggen dan wat je bedoelt om daarna de ‘vergissing’ met extra nadruk te verbeteren.